vrijdag 1 februari 2019

Mond vol tanden

Mirre voor je mond. En tandpasta in hapklare vorm.
 
Ons huis geurt nog steeds na van de voorbije feestdagen. Mijn voorraad wierook en mirre is nog lang niet uitgeput. Gelukkig hoef je harsen niet per se op te stoken om er plezier van te hebben. Mirre bij voorbeeld. Ik heb er nog een paar flinke brokken van liggen. Een paar brok heb ik in stukken geslagen en die staan te trekken in de kokosolie (om m'n lerares gerust te stellen: in de oven die netjes tussen 40 en 50 graden blijft, en niet in de twijfelachtige warmte van het winterzonnetje). En een bodempje pulver in een pot heb ik royaal overgoten met alcohol. En dat is géén restje,  wodka van Oud en Nieuw of zo.
Ergens achter in een kast staat een fles waar ik erg zuinig op ben: 96% alcohol. Behalve dat er niet heel makkelijk aan te komen is, is het ook nog eens erg duur 'en heel handig voor mijn kruidenbrouwsels. Vandaar dus die plek achter in een kast, om te voorkomen dat huisgenoten die een drankje willen opvrolijken, in de verleiding komen. Nu gebruikte ik het dus voor mirre. Die heeft echt 96% nodig, anders lost het niet goed op en ik wil toch wel graag alle goede stoffen in m'n drankje hebben.
De bedoeling is om er uiteindelijk een mondspoelmiddel mee te maken. Mirre werd al in de oudheid daarvoor gebruikt. Overigens niet alleen daarvoor. De Egyptenaren zetten het in bij het balsemen van hun doden. Dat maakt wel duidelijk dat het een anti-bacteriële werking heeft. Dat hadden de Griekse soldaten uit de oudheid ook al door, want die namen blijkbaar een flesje met mirre mee om hun wonden te behandelen. Waarschijnlijk was het olie waarin mirre was getrokken, want destilleren konden ze toen nog niet, dus in alcohol oplossen was er niet bij. Hopelijk duurde hun veldtocht niet te lang, want anders was de olie ranzig voor ze het nodig hadden.
 Een andere optie is om de mirre te verpoederen en door wijn te mengen. Hooguit wordt de wijn omgezet in azijn, maar ook dat is te gebruiken. Wel schudden voor gebruik, trouwens. Een smakelijk medicijn is het niet. Niet als wijn, niet als azijn. Mirre ruikt lekker -voor liefhebbers van harsen-, maar de smaak is bitter, gruwelijk bitter vinden veel mensen. Ik heb er niet zo'n last van, maar dat telt niet mee volgens ingewijden, omdat er weinig is dat ik niet te hachelen vind.
Terug naar mijn mirre-oplossing en de mondspoeling. Er zijn talloze kruiden die antibacterieel zijn, maar deze keer wilde ik een traditioneel mengseltje maken. Mirre dus, maar ook Kruidnagel en Pepermunt. En als je echt een ontstoken mond hebt, is Propolis (een bijenproduct, dat ze gebruiken om kieren in de korf te dichten, maar ook om indringers te mummificeren) een heel goed idee. Mirre was niet alleen vroeger een topper (Zoals in het Duitse boek Zene Artzney, medicijnen voor de tanden, waarin onder andere aanbevolen werd om mirre in wijn te koken voor een mondspoeling). Momenteel wemelt het internet van studies naar het effect van mirre in tandpasta's en mondspoelingen. Ik kwam zelfs een patent voor een mondspoeling die aandoeningen van de kransslagaderen zou moeten voorkomen. Nu is dat niet zo gek als het lijkt, want de bacteriën die in onze mond huizen, zijn niet allemaal lieverdjes. Ter plekke doen ze misschien soms kwaad, maar belanden ze verderop in ons lichaam, dan wordt het een ander verhaal. Zoals dat van de aangedane kransslagaderen. Spoelen maar, dus.
Kruidnagel is al net zo populair. Ik kwam een studie tegen naar kruiden die bruikbaar zijn voor de tandarts en kruidnagel stond daar bovenaan. Met de vermelding dat het gebruikt wordt als ademverfrisser, om tandpijn te bestrijden, als verdovingsmiddel en ter bestrijding van gingivitis en parodontitis (tandvleesontsteking in min of meer ernstige mate) en -dus- ook van bloedend tandvlees. Pepermunt is voor iedereen wel een bekend want dat is in onze contreien wel de meest bekende mondverfrisser. Als het niet als tandpasta  is, dan wel als pepermuntje-voor-noodgevallen. En ook hier zijn onderzoekers druk in de weer geweest om te bewijzen dat "het werkt". Inderdaad, Pepermunt blijkt de vermeerdering van staphyllococcen tegen te gaan, en nog wat meer narigheid, waaronder heel handig ook het ontstaan van biofilm -wat uiteindelijk leidt tot tandplak. Neem nog maar een pepermuntje...
Mijn drietal tincturen is getrokken. Ik meng ze netjes in gelijke delen en dat is al. Grappig detail: Ik had drie heldere, bruine tincturen, maar zodra ik ze mengde, werd het ondoorzichtig. Zodra ik propolis binnen heb, maak ik ook daar tinctuur van en gebruik ik geen drie, maar vier gelijke delen. Om te gebruiken, laat ik 6 druppels in een klein beetje water vallen. Die mondvol houd ik 30 seconden in mijn mond en that's all. Wat zal de tandarts blij met me zijn. Vooral ook omdat ik eigen fabrikaat tandpasta gebruik. Jarenlang gebruikte ik gewone pasta uit de supermarkt. En regelmatig kon in "de stoel" om een afgebroken tand of kies te laten repareren.
Sinds ik met kokosolie poets, is dat niet meer voorgekomen. Dat kan best toeval zijn, maar als ik naar de supermarkt ga, is dat niet meer voor tandpasta. Alleen kokosolie vind ik nogal saai, dus ik ben op zoek gegaan naar andere mogelijkheden. En ja hoor, ik heb nog verschillende wetenschappelijk verantwoorde ingrediënten gevonden. Kaneel, om nog een paar bacteriestammen te verslaan; geactiveerde houtskool voor stralende pareltjes; bentonietklei, om lekker te schrobben en voor aanvulling van de mineralen, net als zeezout. En last but not least: cacaopoeder (rauw en organisch), dat het ontstaan van gaatjes blijkt tegen te gaan. Oh ja, een paar druppels pepermuntolie heb ik er ook nog bij gedaan -voor het after eight-effect.
Omdat zo'n pasta niet in een tube kan, heb ik keurige porties gemaakt, alsof het leuke, kleine snoepjes zijn. En zo smaken ze nog ook.




maandag 24 december 2018

Wierook, mirre, maar geen goud

De geschiedenis van Wijzen uit het Oosten is waarschijnlijk wel een van de meest bekende Bijbelverhalen. Er is zelfs een redelijk algemeen bekende feestdag naar ze genoemd: Driekoningen. Niet dat ze als koningen in de Bijbel voorkomen, of dat het er drie waren. En dat ze Balthazar, Melchior en Caspar heetten is al helemaal niet in de Bijbel beschreven. Ze klinken me ook niet direct Oosters in de oren, maar dat blijkt een foutje te zijn: Balthazar komt uit het Akkadisch en staat voor "Moge Bel de koning beschermen", Melchior heeft Hebreeuwse wortels en betekent "Koning van het licht" en Caspar is eigenlijk een Chaldese ambtsnaam voor een schatbewaarder.
Maar over de wijzen zelf wil ik het nu niet hebben. Het gaat me erom wat ze meebrachten om
aan de Jezus, de geboren Koning van de Joden te geven. Het waren mannen van de wereld en ze wilden niet met een kleinigheidje aankomen. Ze hadden dus koninklijke cadeaus bij zich: wierook, mirre en goud.Voor ons zijn dat niet de meest voor de hand liggende kraamcadeaus, zelfs niet voor een koning. Maar in het oosten lag dat anders. Daar waren juist deze drie dingen standaard giften of offers aan koningen en godheden. De Joden kenden ze ook in die hoedanigheid. De belangrijkste schalen en bekers in de tempel van Jeruzalem waren van goud, en het heilige reukwerk en zalfolie bevatten grote hoeveelheden mirre en wierook.
Het Bijbelverhaal is maar kort en wie de "magi" waren, blijft mysterieus, dus in hoeverre ze vanuit hun eigen tradities deze giften brachten of dat ze de Joodse traditie eerden, is onbekend. Maar hun royale geschenken staan tot op de dag van vandaag in een reuk van heiligheid.
Dat is trouwens het hele idee van wierook: een heilige reuk, door middel van rook. Zelfs het woord zegt het al: wierook, in het Duits Weihrauch, ofwel gewijde rook.  Tegenwoordig kom je overal geurige substanties tegen waarmee je je huis kunt parfumeren, gewoon omdat het kan. Maar dat is niet het oorspronkelijke bedoeling. Heel veel religies maakten gebruik van geuren bij hun rituelen.
In de protestants-christelijke traditie waarvan ik deel uitmaak, is er geen plaats ingeruimd voor geursymbolen, maar in andere op het christendom gebaseerde  kerken wel degelijk. Daarbij hebben verschillende denominaties hun eigen traditie. Je kunt bijna op je neus afgaan om te bepalen in welke kerk je bent. Zo is in de Rooms-katholieke kerk echte wierook, kerkwierook, ofwel olibanum (in de variant papyrifera) het meest in gebruik, terwijl de Grieks-orthodoxe kerk meestal mastiek, hars van een soort pistacheboom, gebruikt. Bij de kerkelijke rituelen staat de geur symbool voor de gebeden die opgezonden worden, gebaseerd op de Bijbelse Psalmen (Psalm 141:2 Mijn gebed worde gesteld als reukwerk voor Uw aangezicht, de opheffing mijner handen als het avondoffer).
Wij Nederlanders gebruiken het woord wierook nogal slordig voor het complete reuk/rook-gebeuren als voor olibanum. Misschien is daar het feit wel debet aan dat we in de Middeleeuwen alleen een Rooms-katholieke kerk hadden waar reukwerk werd gebruikt. Maar reukwerk omvat veel meer. Er werden -en worden- allerlei plantaardigheden voor gebruikt: bloemen, bladeren, bast, wortel, houtvezels, maar vooral harsen. Een goede wierook bestaat voor een flink deel uit hars (minstens de helft, 70% is nog beter).
Harsen zijn er in soorten en maten. Als je eens je erin verdiept, gaat er een wereld voor je open. Je komt intrigerende namen tegen als sandarak, mastiek, drakenbloed, amber en asafoetida. Elk heeft zijn eigen geur -stank- en en herkomst. Ze hebben allemaal gemeen dat ze ontstaan als kleverige stof die dient als pleister op een wond in de boom.
Het verbaast me altijd dat juist in droge streken zoveel harsbomen hun oorsprong vinden. Om maar weer de twee bekendste te nemen, mirre en olibanum, die voornamelijk op het Arabisch schiereiland, in Somalië en Ethiopië groeien. En in Israël en omstreken, waar de balsem van Gilead groeit, wat waarschijnlijk ook een variant van olibanum is.
Het zijn trouwens niet alleen droge, warme streken waar hars vandaan komt. Als op een boswandeling ergens een den of spar tegenkomt, kan het maar zo dat daaraan ook harstranen hangen. Met zorg geoogst (niet alles weghalen, want de boom heeft het nodig als afdekking van een beschadiging) kan dat een leuk begin zijn je eigen wierook-avontuur.
Mijn wereldreis met geuren is nog maar net begonnen. Ik ben nog niet verder gekomen dan losse wierook, terwijl veel wierook die Oosterse winkeltjes en toko's verkopen in de vorm van kegels en stokjes is. Maar ik houd me voorlopig nog bij het losse spul, daar is nog genoeg te ontdekken. Zo merkte ik dat citroenschil op kolen nogal onaangenaam ruikt.
Hoe je wierook brandt, hangt ook voor een deel van je eigen voorkeur af. De oorspronkelijke manier is natuurlijk op gloeiende houtskool , of dat nu een altaar, een wierookvat of een simpel schaaltje met kolen is. In elk geval komt er rook bij te pas. Maar niet iedereen vindt het een goed idee om zoiets in huis te doen. Daarom zijn er ook elektrische branders en brandertjes die met een waxinelichtje werken. Die laatste gebruik ik zelf, omdat ik een echt vuurtje leuker vindt en het een bescheiden hoeveelheid geur afgeeft. Ik mag graag een geurtje in huis hebben voor de sfeer, maar het moet niet zo zijn dat je eronder bedolven wordt. Als eerste probeersel had ik trouwens wat wierook in een leeg waxineomhulsel gedaan en dit op een lichtje voor waxmelts gezet. Het gaf heel weinig geur, omdat de afstand van het vlammetje tot de wierook eigenlijk te groot was, maar ik kon zo wel verschillende harsgeuren leren onderscheiden.
Als je echte harsen wilt aanschaffen, probeer een goede winkel te vinden. Om er een paar te noemen Jacob Hooy heeft zowel mirre als olibanum, maar alleen in grotere hoeveelheden. Dan moet je wel zeker weten dat je ervan houdt (maar dan zou ik naar een wat meer gespecialiseerde leverancier gaan). Een plek waar je online terecht kunt is De Hekserij (nee, geen getover; alleen grondstoffen waarmee je zeepjes, zalfjes, geurtjes en dus ook wierook brouwen kunt). En dan is er ook nog Een Groene Wereld, waar je niet simpelweg "Olibanum" koopt, maar Boswellia papyrifera, of Boswellia sacra, Hojari. Verder kun je natuurlijk terecht op allerhande buitenlandse sites. Ik heb zelf een -tamelijk willekeurige- voorkeur voor de in Canada gebaseerde Apothecarys Garden; de man die de zaak beheert, haalt veel van zijn voorraad zelf in de landen van herkomst en hij weet het mooi te presenteren, tja ook het oog wil wat.
De harsen die ik heb aangeschaft, kostten wel even wat, maar ik gebruik ze ook medicinaal, dus dan mag het. Bij bij voorbeeld De Hekserij vallen de kosten  nog wel mee.
Een wierook met een lekkere Kerstgeur (bij mij gaat hij de hele winter mee):
3 delen olibanum
2 delen mirre
1 deel kaneel (stokje, die je in de supermarkt koopt is meestal cassia, maar dat is ook goed)
1 deel foelie
1/2 deel kruidnagel
per theelepel wierook 1 druppel mandarijn of zoete sinaasappel etherische olie.

Je kunt ook simpele wierook samenstellen uit wat de natuur je biedt, aangevuld met wat er in je keukenkastje staat of op je fruitschaal ligt.
5 delen dennenhars,
2 delen citroenschil
1 deel kalmoeswortel (dat heeft waarschijnlijk niet iedereen in z'n achtertuin zoals ik, maar                                                      rozemarijn is ook prima)
1 deel jeneverbessen
Je kunt de verhoudingen gokken, maar als je grote brokken hars hebt, is afwegen misschien handiger. Nog een tip: hars is het makkelijkst te breken als het koud is, dus een nachtje in de diepvries is geen slecht idee. De harsen hoeven niet verpoederd te worden, maar alle ingrediënten moeten wel even tot kleine brokjes verwerkt worden. Dat kan met een vijzel, maar beter niet die waar je keukenkruiden fijnwrijft, want er blijft toch wel wat achter (als het echt niet anders kan, kun je hem met pure alcohol schoonmaken, maar dat is ook al weer een prijzige aangelegenheid). Een andere mogelijkheid is om de hars in een plastic (zip-lock) zak te doen en met iets zwaars te bewerken.
Als je de wierook in kleine hoeveelheden gebruikt, is het gewoon puur voor de sfeer. Maar voor wie er gevoelig voor is, kan het echt ook wel van invloed zijn op je gemoedstoestand, van rustgevend tot opwekkend. Probeer het maar eens. Veel geurplezier!

donderdag 6 december 2018

Rokende bisschop

Nu de winter voor de deur staat, is het frisdrankseizoen wel min of meer voorbij. Liters frisdrank slaan ze achterover, als ik de kinderen de kans geef. Jarenlang heb ik geroepen "drink maar water", maar inmiddels slingeren overal flesjes dure frisdrank rond. Ik heb de realiteit onder ogen gezien en voorzie ze bij tijd en wijle ook van iets wat ze graag drinken.
Maar als de temperaturen zakken, komt de roep om 'iets warms'. Dat past beter bij verkleumde vingers, rode konen en een drup aan de neus. Meestal laat ik ze grasduinen in ons ruime assortiment theesoorten. Maar dat is niet het eerste wat ze bedenken als ik vraag wat ze drinken willen. Warme chocolademelk met marshmallows staat met stip bovenaan.  Dat blijft echter een uitzondering, net als warme appelsap met speculaaskruiden. Dat is hier trouwens ooit begonnen als kindvriendelijke versie van bisschopswijn.
Wij Nederlanders claimen de bisschopswijn natuurlijk als attribuut van Sinterklaasavond. Wie er dan nog niet genoeg van heeft, projecteert z'n verlangens op een koek-en-zopiekraampje op het ijs. Maar Charles Dickens vond de Engelse versie een echte Kerstdrank. Hij laat Scrooge, de gierigaard in het verhaal "A Christmas Carol" (uit 1843) zeggen: “A merry Christmas, Bob!” He said it with an earnestness that could not be mistaken, as he clapped him on the back. “A merrier Christmas, Bob, my good fellow, than I have given you, for many a year! I’ll raise your salary, and endeavour to assist your struggling family, and we will discuss your affairs this very afternoon, over a Christmas bowl of smoking bishop, Bob!”
De bisschop dankt zijn naam waarschijnlijk aan de gildebanketten uit de Middeleeuwen, waarbij warme kruidenwijn werd geserveerd in bekers in mijtervorm. Ik kon me daar niet echt iets bij voorstellen, maar ze blijken echt te bestaan. Hoe je er met goed fatsoen uit drinken moet, is me nog steeds niet duidelijk. Geen wonder dat ze uit de mode zijn geraakt.
De Engelsen hebben trouwens nog meer rokende hoge omes: smoking pope (gemaakt van bourgogne), smoking cardinal (met bordeaux), smoking archbisschop (van champagne of rijnwijn) en smoking beadle (met rozijnen en gemberwijn). Het lijkt wel een kerkenraadsvergadering uit de jaren vijftig!

Wie zelf eens een ouderwetse Bisschop wil serveren, kan aan de slag met dit recept, met dank aan Tory Avis, die een recept uit de tijd van Charles Dickens combineerde met dat van Dickens' achterkleinzoon Cedric.
5 sevilla sinaasappels (of 5 sinaasappels en 2 citroenen); 30 kruidnagels; 1/4 theelepel kaneel; 1/4 theelepel piment; 1/4 theelepel foelie; stukje gember ter grootte van een duim; 1 fles rode wijn; 100 g suiker, of meer naar smaak; 1 fles rode port.
Was het citrusfruit, houd er 1 apart. Verdeel de kruidnagels over de andere vruchten door er gaatjes in te prikken en in elk gaatje een kruidnagel te steken. Zet de vruchten met kruidnagels ongeveer 75 minuten in een voorverwarmde oven (150C), tot de schil los gaat zitten en de kleur bleker wordt. Zet dan de vruchten in een grote schaal.
Breng in een steelpannetje 250 ml water met de specerijen al roerend aan de kook. Laat de vloeistof tot de helft inkoken en haal het van de warmtebron.Giet de fles rode wijn in een grotere pan en verwarm het tot het kookt en laat het 10 minuten sudderen. Giet de suiker erbij en roer tot  de suiker is opgelost. Roer de gekruide vloeistof erdoor en haal van de warmtebron. Giet de verwarmde wijn over de gare sinaasappels en citroenen. Roer het fruit en de wijn voorzichtig om de smaken te mengen. Dek de schaal af met een handdoek of plastic folie en laat het 24 uur op een warme plek trekken. Haal na 24 uur de sinaasappels en citroenen eruit en snijd ze doormidden. Pers ze uit in de gekruide wijn. Giet het wijnmengsel door een zeef in en pan. Druk met een lepel zoveel mogelijk vloeistof uit de stukken fruit en specerijen. Voeg de fles port toe. Roer en verwarm over matige hitte, maar laat niet aan de kook komen.
De warme wijn zal beginnen te stomen - het rokende deel van de 'smoking bishop. Proef het mengsel en voeg indien nodig suiker toe. Serveer in hittebestendige glazen of mokken, of in een punchschaal -zoeen waarin oma vroeger op verjaardagen haar vruchtenbowl in maakte.
Mijn eigen variant van de rokende bisschop. Het etiket van de wijnfles meldt "Flierwijn", in het schoolhandschrift van mijn oudste dochter. Een gerijpt wijntje dus.


Wat heeft dit hele verhaal nu te maken met kruiden en gezondheid? Meer dan je op het eerste gezicht denken zou. Toen ik in het lesmateriaal van mijn opleiding een lange lijst anti-bacteriële en anti-virale planten eens doornam, kwam ik zowel kruidnagel, kaneel als gember tegen. En citroen hoort ook in het rijtje thuis.
Natuurlijk moest ik zelf ook even proberen hoe zo'n bisschop smaakt. En even natuurlijk geef ik dan een eigen draai aan het recept (vraag het m'n kinderen, die willen wel eens weten waarom ik nooit twee keer hetzelfde gerecht op tafel zetten kan - maar dat komt gewoon omdat ik geen recept ooit helemaal volg, zelfs niet als ik het van plan ben).
Deze keer was de basis al anders. Er stond namelijk nog een overjarige fles vlierbessenwijn in m'n voorraadkast, met stof en al. Die is dus in de pan verdwenen. En piment vind ik niet geweldig smaken, dat heb ik vervangen door een theelepel anijszaad. Het zou leuk geweest zijn om de suiker te vervangen door honing, maar dat heeft medicinaal gezien geen zin want honing verliest z'n gezondheid definitief bij temperaturen boven de veertig graden. Net als wij dus. Maar omdat ik het honing-idee toch wel leuk vind (en ik er nog geen andere bestemming voor gevonden had) heb ik een potje winkelhoning gebruikt om te zoeten.
Ik weet niet of je het specifiek voor je gezondheid zou moeten drinken maar lekker is het wel.

 
            

vrijdag 19 oktober 2018

Vermoorde moeder



Op ons aanrecht prijkt één grote, rode goudreinet. De hele oogst van ons boompje in de voortuin. Het is dan ook nog maar een klein boompje en met dit ene exemplaar ben ik echt wel blij. Nu weet ik dat het een echte appelboom met echte goudreinetten is. Z'n buurman is een Jonathan en die leverde vijf heerlijke handappels - ze hebben het dan ook niet lang overleefd.
Wat er uiteindelijk gaat gebeuren met deze appel weet ik nog niet. Hij (of is een appel zij, ik zou het na moeten kijken) heeft wel een speciale behandeling verdiend. Om met een kilo soortgenoten uit de winkel in de appelmoes te belanden vind ik toch wel een wat roemloos eind. Hoewel ik zeker weet dat het hier aan tafel wel gewaardeerd zou worden. Vanavond stond er als toetje appelmoes met schuimkop op het menu en de schaal is ongeveer uitgelikt. En als ik Brusselse appels maak, gebeurt hetzelfde. Misschien poffen in de oven, met rozijntjes en kaneel? Als kind vond ik dat echt een tractatie, dan zat ik voor het ruitje van de oven te staren, wachtend tot het sap als een bolletje schuim boven de grotendeels in alu-folie verpakte appel uit borrelde.
Op een of andere manier is een appelboom in de tuin voor mij een symbool voor overvloed. Groenten in je tuin, die zijn er voor het nut. Maar appels, dat is een extra, een cadeautje waar je heel veel leuke dingen mee kunt doen. Daar schreef ik al eerder over in Appels, appels & appels.
Toen had ik het over m'n appelazijn-succes. Ondertussen zijn we een jaar of wat verder en nog steeds is mijn voorraad niet op! Nu moet ik eerlijk zeggen dat ik het alleen zelf gebruik, de anderen hebben azijn liever alleen maar zuur, zonder allerlei geurtjes, smaakjes of andere frutsels. Maar als het op is, zal ik weer op jacht moeten naar schillen om het hele proces opnieuw op te starten, want helaas, ik heb de moeder vermoord. In de azijn ontstaat namelijk een gel-achtige substantie die zorgt dat de alcohol in azijnzuur wordt omgezet. Het is in feite een kolonie van bacteriën die in de lucht rondzweven en op de appelschillen zitten. Je hebt dus wel een beetje geluk nodig om de goede in je sap te krijgen én de juiste omstandigheden zodat ze flink gaan groeien.
De dikke 'blob' die zo in je azijn gaat ronddrijven, wordt de moeder  genoemd. Als je een stukje hiervan in een nieuwe pot gegiste appelsap (of schillenaftreksel) stopt, verandert ook dat in azijn. Het is een levend organisme, die voortdurend voeding nodig heeft. In dit geval dus alcohol. Ik had daar niet over nagedacht en heb de appelazijn toen het niet meer zuurder ging ruiken gewoon afgezeefd en in flessen gestopt. Arme moeder, die is verhongerd en van ellende doodgegaan. Toen ik er erg in kreeg, was er geen leven meer in te krijgen.
Maar waarom zou je al die moeite doen als je voor een paar centen een flinke fles azijn aanschaffen kunt? Nou, de ene azijn is de andere niet. Appel(cider)azijn -het mag allebei- schijnt erg gezond te zijn. Het bevat een heleboel goede stoffen uit appels, maar vrijwel  geen suikers. Die zijn eerst door gist in alcohol en vervolgens door bacteriën in azijnzuur omgezet. Er zijn een heleboel wetenschappelijke onderzoeken gedaan naar het effect van appelazijn op diverse kwalen. Om maar wat te noemen: Door het gebruik van de azijn kan cholesterol verlaagd worden (onderzoek naar hyperlipidemia) en het schijnt ook goed te zijn bij diabetes ( onderzoek naar bloedglucosegehalte).  
Dat zijn serieuze medische problemen en ik ga hier niet zomaar zeggen: Neem wat appelazijn en het komt allemaal goed. Als iemand het zou willen proberen, kan ik alleen het advies geven om professionele begeleiding te zoeken.
Maar de volksgeneeskunde heeft ook nog wel wat leuks om zelf te proberen. In Amerika is momenteel Fire Cider helemaal hot (letterlijk). Het is een middeltje om de weerstand te verhogen waarbij verschillende kruiden worden getrokken in appelazijn. Voor wie een poging wil wagen zet ik hier een van de vele recepten neer. Het is een tamelijk 'uitgeklede'versie, maar deze ingrediënten staan in vrijwel elk recept. Ik ben te rade gegaan bij Rosemary Gladstar, een Amerikaanse herbalist:
2 delen mierikswortel
1 delen ui
1 deel knoflook
1 sterke Spaanse peper (of naar smaak, het moet wel heet, maar in verdunning wel drinkbaar zijn)
Rauwe honing
Appelazijn
En verder zag ik onder meer voorbij komen: echinacea, kaneel, kurkuma (in combinatie met zwarte peper), oregano, rozemarijn, tijm, vlierbessen.Alles wat enigszins goed werkt bij winternarigheden.

Hak alle ingrediënten fijn en doe ze in een goed afsluitbare pot. Giet er rauwe, ongepasteuriseerde appelazijn over, zodat alles ruimschoots onder staat. Doe de pot goed dicht, zet hem op een warme plek en schud hem geregeld. Oh ja, liefst geen pot met een metalen deksel, dat gaat roesten. Na een week of drie, vier kunnen de kruiden uitgezeefd worden. Voeg dan rauwe honing naar smaak toe. Hoeveel ongeveer? Tja, tot de smaken zoet, zuur en heet in balans zijn. Naar smaak dus.
De zoet/zuur/hete vloeistof mag nu in een schone fles in de koelkast. Erbuiten zal het ook een tijdje goed blijven, maar koel bewaren is het beste.
Wat het gebruik betreft zijn er zoveel mogelijkheden als er recepten zijn. Ik zou het niet verwarmen, dan gaat sowieso de werking van de honing sterk achteruit en waarschijnlijk van verschillende kruiden ook. Wil je er je weerstand mee opbouwen, drink dan elke morgen een flinke eetlepel in een glas water. En voel je dan toch een griepje opkomen? Neem dan elk uur een theelepel (in water). Met olie gemengd kun je er ook een pittige saladedressing van maken. En er zijn vast nog meer mogelijkheden te bedenken.
Een gezond winterseizoen gewenst!



 



woensdag 11 juli 2018

Paracelsus in de keuken

In mijn boekenkast staat een klein rijtje kruidenboeken. Dat zou je misschien niet verwachten van een boekenwurm en kruidenfanaat als ik. Maar mijn interesse in de geneeskracht is gelijktijdig opgegroeid met internet en daar is een schat aan informatie te vinden -als je weet waar je zoeken moet en niet alles voor zoete koek slikt.
Ondertussen kan ik op datzelfde internet likkebaardend kijken naar al die prachtige kruidenboeken die er zijn, van middeleeuws tot fonkelnieuw. Maar dankzij de prijs van dergelijke boeken blijft het rijtje in mijn kast maar heel bescheiden. En van sommige denk ik nu verbaasd: wat heb ik er ooit in gezien. Zo simpel en algemeen, daar kan ik nu niets meer mee. Toch laat ik ze netjes staan, als herinnering aan hoe weinig ik ooit wist. Een van de boeken die ik af en toe nog inkijk gaat over kruidentuinen. Prachtig, al dat welig groen, dat ook nog nuttig is in potjes en flesje. Wat me verbaasde toen ik het boek voor het eerst inkeek, was dat er zoveel planten als giftig werden bestempeld. Engelwortel, hysop, allemaal kregen ze een doodskopje mee. Ik schudde mijn onwetende hoofd en deed het af als onzin.
Inmiddels kijk ik na twee jaar kruidenopleiding toch wat anders naar dergelijke waarschuwingen. De kreet 'baat het niet, dan schaadt het niet' heb ik nooit zo erg geloofd, al zijn er uitzonderingen. Maar ook het adagium 'het is natuurlijk, dus het is goed' is aan mij niet besteed. Per slot van rekening kun je prima in de natuur terecht als je met moordplannen rondloopt. Vingerhoedskruid, monnikskap, wolfskers, gevlekte scheerling, keus genoeg voor iemand met slechte bedoelingen.
 foto van Heidi Tijssen-van Deelen.Voor iemand met slechte bedoelingen is er keus genoeg in de tuin. Ik geniet elk jaar weer van de prachtige bloemen van het wildemanskruid (Pulsatilla vulgaris), maar een kopje thee van verse bladeren kan ernstig schade doen aan de nieren en verlammingen veroorzaken. Vanwege de bitterheid is het gelukkig niet waarschijnlijk dat iemand een dodelijke dosis inneemt. 

 
Die doodskopkruiden dan maar links laten liggen? Sommige inderdaad, een kopje thee van vingerhoedskruid drink je maar één keer. Maar andere zijn prima bruikbaar, alleen dien je wel rekening te houden met wat Paracelsus zei: Het is de dosis die de giftigheid bepaalt. (Paracelsus was een roemruchte zestiende-eeuwse medicus en alchemist die tussen een heleboel onzin ook een paar pareltjes van wijsheid heeft nagelaten.)
Veel mensen weten niet eens dat ze in de keuken regelmatig grijpen naar een potje potentieel gif en er overkomt ze niets. Nootmuskaat bij voorbeeld. Als je daar een flinke hap van naar binnen zou werken, zou er ongeveer hetzelfde gebeuren als bij vergiftiging met wolfskers, alruin, bilzekruid of zelfs de bessen van de aardappelplant. En ook hier geldt weer: het is maar hoeveel je van de werkzame stof, atropine in dit geval, binnenkrijgt;  Een beetje kan geen kwaad, soms is het zelfs goed voor je, bij een beetje meer gebeuren er soms rare dingen met je -nootmuskaat wordt ook als drug gebruikt- en nog een beetje meer kan gevaarlijk zijn.
Nu kan je gezonde lijf heel wat hebben. Maar als je wat mankeert en als je medicijnen gebruikt is het oppassen geblazen. Niet met het snufje nootmuskaat op de bloemkool, of een takje rozemarijn in je soep, of nu en dan een kopje kamillethee. Gebruik je echt heel regelmatig iets kruidigs in flinke hoeveelheden, dan is het belangrijk om uit te vinden of dat niet iets doet met de werking van je medicijnen. Het kan zomaar dat iets onschuldigs als kamillethee het werk van je antistollingsmiddel belemmert. Zeker als je voor dezelfde kwaal iets natuurlijks nemen wilt bij een middel dat de dokter heeft voorgeschreven, is het belangrijk om uit te vinden of het echt wel samengaat. En dan niet bij iemand die de klok heeft horen luiden, maar zoek asjeblieft iemand op die weet waar de klepel hangt.
   




maandag 14 mei 2018

Sneeuwklokjes in mei


M'n hoofd zit vol sneeuwklokjes. Zeep met sneeuwklokjes erop en -geur erin; crème van sneeuwklokjes, foto's met sneeuwklokjes, het houdt niet op. Geen plek voor andere zalfjes en smeerseltjes of zeepjes. Alle kruiden op het tweede plan, alleen die sneeuwklokjes...
Zaterdag is namelijk bij onze opleiding de grote dag van dit jaar: de presentatie van onze kruidenwerkstukken. Behalve een heel verhaal -niet uit onze duim, maar uit allerhande wetenschappelijke onderzoeken- op papier dienen we een powerpoint te laten zien, compleet met twee kruidenproducten. En dat allemaal van èèn plant naar keuze.
Afbeeldingsresultaat voor sneeuwklokjeDie éne plant is dus het sneeuwklokje. Een lief, sierlijk bloempje, waar de meeste mensen in het vroege voorjaar met vrolijke vertedering naar kijken. Maar ik heb er inmiddels wat andere gedachte bij.
 Wat een krachtpatser is dat tere plantje!
Nooit geweten dat sneeuwklokje bij de geneeskruiden hoorde, maar het eerste wat ik tegenkwam, was dat het sneeuwklokje gebruikt zou worden om polio te genezen. Als je zoiets leest, trek je je wenkbrauwen wel even op. Dat kan niet kloppen, toch? Maar al speurend op het wereldwijde web kwam ik nog veel meer verbazingwekkends tegen. Zo wordt een stofje uit het sneeuwklokje -galantamine- gebruikt om het proces de ziekte van Alzheimer af te remmen, om de oogzenuw te beschermen bij mensen met verhoogde oogdruk en om te helpen bij het stoppen met roken! En een ander stofje uit de plant is werkzaam tegen het virus dat AIDS veroorzaakt en nog een paar van die akeligheden. Bovendien is galantamine pijnstillend, het versterkt zelfs de werking van morfine.
Niet dat het verstandig is om naar de apotheek te rennen voor een potje galantaminepoeder. Het heeft namelijk nogal wat bijwerkingen, als meest opvallende dat je bij te royaal gebruik (en dan hebben we het over milligrammen) de wc je beste vriend is.
Wie als eerste op het idee kwam dat je sneeuwklokjes gebruiken kunt als medicijn, is niet meer te achterhalen. Er is een Griekse mythe waarin -misschien- het sneeuwklokje een mooie rol speelt. De zwerftocht van Odysseus liep nogal uit de hand en hij strandde op een eilandje waar de tovenares Circe haar domicilie had. Zij betoverde Odysseus mannen door ze een toverdrank te geven, zodat ze in varkens veranderden. Hij was gewaarschuwd en door het tegengif Moly (sneeuwklokje) te nemen, had de drank op hem geen vat. Hij wist de verblufte Circe te dwingen de varkens weer in mannen te veranderen en uiteindelijk kon de hele bemanning opgelucht weer afvaren.
Een mooi verhaal, maar nogal vaag - zoals dat hoort bij een mythe. Dan komen de plattelands-ervaringen van een Bulgaarse wetenschapper heel wat geloofwaardiger over. Deze man kwam bij een polio-uitbraak moeders tegen die hun kinderen thee van sneeuwklokjesbollen gaven. Tot zijn verrassing genazen de kinderen volledig. Dit was het begin van een berg wetenschappelijke onderzoeken. En de stapel paperassen groeit nog steeds.
Jammer genoeg gaat het altijd  over stofjes die uit de plant gehaald zijn en niet over de hele plant. En nog vervelender  is dat niet in alle bolletjes hetzelfde zit. Om het sneeuwklokje dus echt te kunnen gebruiken, zou je je pol sneeuwklokjes tot een fors veld moeten laten uitgroeien, om telkens dezelfde soort bollen te kunnen gebruiken. En dan moet je nog mensen vinden die het aandurven om je medicijnen te proberen.  Dus, als er liefhebbers zijn...

vrijdag 7 november 2014

Grote kleinigheden

Voor de vierde  keer in een week ben ik op weg naar het ziekenhuis - en ik voel me een bevoorrecht mens. Ik mag een van de kinderen ophalen na een kleine operatie, er moest een pinnetje in een pink worden geplaatst. Maar het is wel een tijdrovend pinnetje.
Het begon op maandag met een telefoontje: Ik zit bij de dokter. We denken dat mijn pink is gebroken, Kun je me naar het ziekenhuis brengen om foto's te laten maken? Geen probleem, met de auto ben je binnen een kwartier waar je wezen moet.
Foto's  maken kostte niet veel tijd, de interpretatie ervan evenmin. Maar voor we met de pechvogel gegipst en verbonden het ziekenhuis verlaten konden, waren we heel wat uren verder.
Woensdag  deel twee: Omdat het bot niet goed gezet kon worden, moest er een chirurg naar kijken. Dat deed hij ook en concludeerde: dat is meer iets voor een plastisch chirurg. Die zat op een andere afdeling en daar  werden we ergens tussen alle andere afspraken gemoffeld.
Het eind van het liedje was dat we met een opnameformulier voor woensdag weer vertrekken konden, maar niet voor we een rondje meldingen, opgaven, formulieren invullen en dergelijke achter de rug hadden.
Donderdag hebben we een groot deel van de procedure herhaald: wachten, verhaal vertellen, te horen krijgen dat je toch niet naar de juiste plek was gedirigeerd, gegevens verstrekken, en naar het volgende loket, voor nog een portie van hetzelfde. Maar deze keer kon ik het ziekenhuis alleen verlaten, met de patiënt in bed, wachtend op de operatie.
En toen was er een telefoontje: "Operatie geslaagd, patiënt maakt het goed en als hij morgen naar de gipskamer is geweest, mag hij naar huis".
Wat zegt u? Morgen? Volgens de dokter mocht hij vandaag mee!
"Oh, dat wist ik niet, ik zal het even navragen, dan bel ik u wel weer..."
Na heel veel stilte pakken we toch zelf de telefoon maar weer.
"Ja hoor," klinkt het opgewekt. "Komt u maar, de patiënt kan mee naar huis."
Oké, we komen. Kennelijk heeft elke zuster haar eigen procedures, en de dokter de zijne.
Het kostte een handvol ergernissen, maar het belangrijkste is: het komt goed.

Onderweg naar het ziekenhuis heb ik tijd om de hele gang van zaken op een rijtje te zetten. En dan voel ik me bevoorrecht. Die uren wachten op de Eerste Hulp? Dat betekent alleen maar dat er veel mensen waren die er ellendiger aan toe waren. Allerlei kleine misverstanden? Tja, dat had beter geregeld moeten zijn, maar wij hadden de tijd en de zorgeloosheid om ons er druk over te maken. En wij waren degenen die geen idee hadden hoe het toegaat in een ziekenhuis. Voor het eerst in de ruim twintig jaar van ons gezinsbestaan moest er iemand onder het mes. Hoe kun je dan iets anders dan dankbaar zijn!